Tussendeur en aanbouw

We horen wel eens dat aanbouwen als apart pand worden opgenomen. Dat is niet de bedoeling. Als er iets aan een pand wordt gebouwd wordt het een onderdeel van het pand. Daarmee wordt het ook een onderdeel van het verblijfsobject als er een verblijfsobject in het pand zit. Het maakt dan niet uit of er een tussendeur tussen zit. 

Gammaschuurtjes zijn bouwkundig constructief zelfstandig en containerhokjes zijn meestal geen panden. Ook tuinkasten zijn geen panden. Ze zullen dus als zij tegen een woning zijn gebouwd geen onderdeel gaan uitmaken van het pand van de woning. Daarmee zijn zij ook geen onderdeel van het verblijfsobject. De praktijkhandleiding van het Kadaster geeft in dit artikel uitleg over het opnemen van aanbouwen of deze wel of niet een onderdeel zijn van het pand en verblijfsobject. Deze beschrijving is bedoeld voor kleinere bouwwerken maar bijvoorbeeld niet voor aangebouwde garages (zie hier).

Wanneer is de tussendeur wel van belang? Alleen als er twee panden met elkaar verbonden zijn door een verbouwing, bijvoorbeeld de vrijstaande schuur en de woning. Als de aanbouw van de woning tot aan de schuur rijkt en de schuur is daardoor binnendoor bereikbaar, middels een tussendeur, dan wordt de schuur ook meegenomen in de gebruiksoppervlakte. Niet in het pand! Het blijven dus twee panden. Het verblijfsobject wordt dan aan twee panden gekoppeld. Niet alle applicaties in de WOZ kunnen hier mee omgaan maar dit is wel de juiste werkwijze.